Zeekleigebied

Zeekleigebied

Rijke akkers met vette klei, een landschap dat dooraderd is met dijken en dijkjes. Zo nu en dan een dorp, soms op een terp. Je ziet de invloed van de zee nog terug in grillige kreken.

Waar ligt het?

Het zeekleigebied is onder te verdelen in het noordelijke en het zuidwestelijke zeekleigebied. Het noordelijke zeekleigebied ligt in de kop van Noord-Holland, Friesland en Groningen. Het zuidelijke zeekleigebied in Zeeland en de Zuid-Hollandse eilanden.

Wat kunt u er zoal doen?

Genieten: fietsen en wandelen.

Meewerken: onderhouden van meidoornhagen, maaien van hooilanden, planten van jonge bomen en struiken, onderhoud van agrarische bebouwing (monumentale boerderijen en stallen).

Hoe is het ontstaan?

Door de dreiging van de zee bouwde men huizen op de hoogste delen van het landschap. Soms verhoogde men woonplaatsen zelfs kunstmatig. Dit zijn de typische terpen, wierden of werven. Ook het agrarische grondgebruik heeft alles te maken met de hoogteverschillen in het landschap. Op de hogere delen kon akkerbouw plaatsvinden en is de verkaveling vrij regelmatig. In de lagere delen bepaalde men de verkaveling aan de loop van de kreken. Kreken zijn oude getijdegeulen waarlangs het zeewater het land in- en uitstroomde. Door het aanwinnen van land ontstonden jonge zeekleipolders. Deze polders liggen dichter bij de kust en zijn op moderne wijze ontgonnen. De boerderijen staan verspreid en de kavels zijn groot en recht zodat er een optimale landbouw mogelijk is. Dit jonge land wordt beschermd door hoge dijken.