Laagveengebied

Laagveengebied

Een open landschap met sloten en veel groene weiden met koeien en schapen. Rijen knotwilgen en een molen aan de horizon. Eeuwenoude boerderijen in linten door het land.

Waar ligt het?

Dit landschap komt met name voor in de provincies Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht, Friesland en Overijssel.

Wat kunt u er zoal doen?

Genieten: vissen, kanoën, varen, fietsen en schaatsen.

Meewerken: wilgen knotten, molen onderhouden, nesten van weidevogels beschermen, kaasmaken.

Hoe is het ontstaan?

Aan de structuur van de kavels en dorpen in het laagveengebied, zie je nog duidelijk terug hoe de veengebieden eeuwen geleden zijn ontgonnen. De bewoning is vaak aan een riviertje of een afwateringskanaal begonnen. Vanaf hier trok men het veenmoeras in. De natte gronden ontwaterde men door sloten te graven. De droge gronden waren zeer vruchtbaar voor allerlei gewassen. Een groot nadeel van de veengebieden is dat bij ontwatering het veengebied zakt. Hierdoor zijn de afgelopen eeuwen metersdikke pakketten veen verdwenen (geoxideerd en ingeklonken). Het inzakken van het veen veroorzaakte een afwateringsprobleem. Nu ligt het veengebied al meters onder de zeespiegel en is water niet meer natuurlijk af te voeren. Het droog houden van polders gebeurde eerst met windmolens en tegenwoordig met gemalen en pompen. De lange strookvormige percelen omgeven door sloten en greppels zijn kenmerkend voor dit gebied.